De avonden op je bord (4)

De avonden (1947) van Gerard Reve is voor een culinair historicus een prima bron om te weten wat er bij een gewoon Amsterdams huishouden net na Tweede Wereldoorlog op tafel kwam.

Eerste Kerstdag 1946

Ik heb goed gegeten”, zei Louis, toen ze samen een eind opliepen, “ik heb bij jullie over het menu nooit te klagen.”

Het Parool 18 december 1946

Op Eerste Kerstdag 1946 is er in het huis van Frits en zijn ouders van enige kerstsfeer geen sprake. Frits staat om vijf over elf op en klaagt tegen zijn moeder over zijn koud geworden ei. Zijn ouders vertrekken en Frits blijft aanvankelijk alleen thuis. ‘s Middags gaat hij met zijn vriend Louis naar de bioscoop. Ze eten bij Frits’ ouders. Wat de pot schaft, blijft onvermeld. Maar het was klaarblijkelijk lekker: “Ik heb goed gegeten”, zei Louis, toen ze samen een eind opliepen, “ik heb bij jullie over het menu nooit te klagen.”

Het zal net als alle andere dagen zal het een driegangenmenu zijn geweest. De avondmaaltijden zijn standaard stadse maaltijden: aardappelen, vlees en groente met soep vooraf en een toetje na. De combinatie soep en nagerecht was lang een luxe in Nederland. In De avonden is het doordeweeks al iets vanzelfsprekends. Daar staat tegenover dat de kerstdagen niets bijzonders te bieden lijken te hebben.

Op zich is de vermelding van eieren op Eerste en Tweede Kerstdag in De Avonden bijzonder. In de beschreven periode was er op de distributiebonnen één ei per persoon beschikbaar. Distributie was net als tijdens de Duitse bezetting een systeem van rantsoenering waarbij schaarse goederen en voedsel zo eerlijk mogelijk verdeeld werden over de bevolking. Belangrijke instrumenten hiervoor waren onder meer distributiebonnen, en distributiestamkaarten.

Fruit en groenten

Op het moment dat De avonden speelt waren de groenten ruim een half jaar van de bon. Daarbij kwam dat Reve’s moeder, Net van het Reve-Doornbusch (1892-1959), dochter van een groentekweker in Almelo was. De op 31 december geserveerde ingemaakte tuinboontjes verraden de kwekersachtergrond van moeder Van het Reve. Het is nu een fenomeen wat we nauwelijks meer kennen, maar het was gebruikelijk om de opbrengst van de eigen tuin in te maken. In tijden van schaarste was het zelfs noodzakelijk. In dat licht moet ook de appelmoes die op tafel komt gezien worden. Fruit dat niet bewaard kon worden moest worden ingemaakt. Binnenlands fruit was eind 1946 nog op de bon: te weten 2 kg appels en peren per persoon. Dat is ongeveer iedere dag 1 stuks fruit. De maand december was er toevallig in Amsterdam ook 200 gr citroenen verkrijgbaar, maar dat blijkt niet uit De avonden. Sinaasappelen en ander fruit uit Zuid-Europa waren pas vanaf juni 1948 weer vrij verkrijgbaar.

Moeder Van het Reve lijkt behoorlijk creatief in de keuken. Zo is de combinatie van rode kool en rode bieten op 30 december niet heel gewoon in Nederland. Verraad zich hier de communistische invloed in keuken van de familie Van het Reve? Ze eten ook flink wat groenten per dag, ook als rauwkost. Hoewel de voedingsvoorlichting tijdens de bezetting hamerde op rauwkost om brandstof te besparen, was rauwkost niet heel populair.

Vlees en vet

Vlees en vet waren was schaarse producten, aardappels, erwten en uien niet. Voor de periode 22 december t/m 4 januari was 500 gram vlees en 330 gram vet (of 375 gram margarine) per persoon verkrijgbaar. De (erwten)soep die de familie de helft van de dagen eet, moet dan ook gelezen worden als vegetarische soep, waar hoogstens de bouillon van vlees is getrokken. Morgen meer over Frits van Egters zijn fixatie op vleesjus.

Peulvruchten en vis

Behalve uit vlees moesten de eiwitten verder uit peulvruchten en vis gehaald worden. Zoals gezegd de genoemde periode was maar één ei per persoon beschikbaar. Het huidige Voedingscentrum zou trots zijn op de familie Van Egters: ze eten drie keer vis en minstens vijf keer peulvruchten, beide waren niet (meer) op de bon (voor zover ik weet). Zo eten ze 23 december stokvis. Nu is dat in Nederland typisch een gerecht voor liefhebbers, maar stokvis was lange tijd typisch volksvoedsel. Het was goedkoop en met bijna veertig procent eiwitten erg voedzaam. Gerard Reve zelf was zijn hele leven een liefhebber van vis. Vooral bokking dat hij een ‘nederig Godsgeschenk’ noemde.

Brood en zuivel

De familie Van het Reve eet dagelijks twee broodmaaltijden met koffie, thee of melk, en één warme maaltijd. Voor de broodmaaltijden was zo’n 3600 gram brood op de bon beschikbaar. Tussen de maaltijden door was er opnieuw koffie en thee met een koekje. Het brood werd dik besmeerd, steeds vaker met margarine in plaats van boter, of met vet zoals Frits het graag eet. In de laatste weken van 1946 was er 125 gram boter en 275 gram margarine of 300 gram vet verkrijgbaar. Bovenop de boter/margarine kwam nog ‘goed’ of ‘zoet’. ‘Goed’ bestond uit kaas (400 gram per 14 dagen) of haring, zoals op 22 december. ‘Zoet’ kon zijn: jam, (chocolade)hagelslag of suiker. Er lijkt opvallend veel ‘zoet beschikbaar: op de bonnen was 750 gram suiker of boterhamstrooisel óf 1500 gram jam, stroop etc. te verkrijgen.

Ook melk was ruim voldoende verkrijgbaar, wat verklaard waarom er elke avond pap, vla, pudding of een ander zuiveltoetje wordt gegeten.  Waarover Frits zich overigens beklaagt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *